Over IJslandse Paarden

Het IJslandse paard is al sinds 950 n.C. zuiver gefokt. In dat jaar bepaalde de Thing (het democratische bestuur) dat elk paard dat IJsland uitging, niet meer terug mocht komen op het eiland. Die regel geldt nu nog!

Het ontstaan van het IJslandse paard is een verhaal van vluchtende Denen die hun paarden meenamen en de latere Vikingen die van hun strooptochten diverse paarden meenamen. De IJslander werd een kruising van Fjorden, Shetlanders, Jutten, Gotlandpony en andere bekende en onbekende rassen. Zo is de IJslander ontstaan die we nu nog kennen. Inmiddels is de stokmaat verandert: was de hoogte vroeger niet veel hoger dan 1.20 mtr., tegenwoordig zijn ze rond de 1.40 met uitschieters naar de 1.50. De kleine paardjes van 1.20 zie je niet meer en zelfs 1.30 wordt al als klein beschouwd. Ook zijn ze wat eleganter geworden, vooral een kwestie van vraag van de kopers. Er zijn diverse discussies of vooral dit laatste een goede ontwikkeling is.

Feit blijft dat de IJslander een leuk ras is met een goed karakter. De vroegere IJslanders, voorouders van de huidige generatie, werden gefokt op een goed karakter en goede gangen. Elk paard eet hooi en een slechte net zo veel als een goede. De beslissing was vaak ook niet moeilijk als een paard een slecht karakter had of moeilijk te rijden was. Vlees was ook nodig op het stenige eiland waar weinig groeide. Het klinkt hard, maar zo werd er wel gewaarborgd dat een slecht paard niet in de fok terechtkwam en nog meer slechte paarden geboren werden.

De IJslander is gefokt op comfort. De tölt is een aangename zachte gang die ook over ongelijk terrein heerlijk zit. Omdat er constant minimaal een been op de grond is (geen zweefmoment) is er geen opwaarte beweging zoals bij de draf. Daardoor kan de ruiter gewoon blijven zitten. Dat is vooral met ruiters met rugproblemen een heerlijk gevoel. De telgang is meer een wedstrijdgang. Het wordt over korte afstanden (rechte stukken) in wedstrijdverband gehouden. Het zit net zo stil als de tölt. Het is een zuiver laterale gang (linkerbenenpaar wisselt met het rechterbenenpaar) Er worden snelheden van 60 km per uur bereikt! Dit is vliegen zonder brevet!

IJslanders komen in alle kleuren voor. Enkele ervan komen we overal tegen, zoals vossen in  verschillende versies. Ook zwarten komen vaak voor. Wat minder vaak komen valken, schimmels, isabellen, bonten, zilverappels, bruin en wildkleuren in verschillende gradaties voor. Nog minder komen splash (witkopbont), perlino's en cremello's (dubbele verlichtings-factor) en roan's voor. En dan heb je nog uitzonderingen zoals bont zonder wit, een schimmel met een vosbles en nog meer van deze bijzondere grapjes van de natuur. Gelukkig zijn er nog mensen die fokken op kleur met goede gangen en karakter zodat we straks niet een ras van alleen maar vossen en zwarten hebben.

Tenslotte nog dit: IJslanders vind je tegenwoordig overal ter wereld. Zoals bijv.Amerika, Engeland, Frankrijk, Spanje, Finland, Italië, Slovenië en ook aan de andere kant van de wereld zoals Australië, Nieuw-Zeeland en zelfs in Japan kom je IJslanders tegen.

Sota, bruin met zilverappel en verborgen splash factor. Een paard met kleur, gang  en persoonlijkheid

Eigenaar Gerry v. Oossanen, ruiter Ragga Samuelsdottir.

Skjóđa, onze apart getekende vosbonte merrie. Een paard met kleur en in kleur.

De grootvader van Flćkingur: de beroemde Orri frá ţufu. Foto gemaakt door Eirikur Jónsson op de Landsmót van '91 waar Orri kampioen werd

Een zilverappel-bruine op IJsland.  Foto © Sonja Suska

Een foto uit de oude doos: Hrafnkatla 3526 Sauđarkroki. Duidelijk te zien is de laterale fase in de telgang en de kleinere maat van het paard. En de ouderwetse (stoel)zit van de ruiter. Hrafnkatla is de beroemde overovergrootmoeder (VVVM) van Flćkingur, onze "Finse" hengst.

Zo mooi kunnen splashpaarden zijn! De hengst hiernaast is Glámur, een bekende hengst op IJsland. Foto © onbekend

Dit is een dochter van Glámur, Lúpina,geboren in 2003. Foto en eigenaar © Sonja Suska

En zo mooi ziet Glámur eruit onder het zadel in tölt! Foto: © Jutta

Een wildkleurzwarte met bles: een combinatie die je niet vaak ziet. Deze foto heb ik gemaakt op IJsland.

Vlnr Brenndur, Raki en Mahoni.

Handpaarden werd vroeger op IJsland veel gedaan om reservepaard mee te kunnen nemen. Ook tegenwoordig wordt het nog veel gebruikt om bijv. een jong paard te trainen. Dit is Rómur, hier

- op een paar dagen na - 4 jaar oud. Vinur is mijn ervaren rijpaard die al vaker een jong paard heeft opgeleid.

Nog zo'n bijzondere hengst. Dit is onze Snćfinnur, een perlino. Dat is een paard met een dubbele verlichtingsfactor (een isabel heeft er bijv. een) Het is dus geen albino! Hij heeft overigens weinig last van zijn roze neus en blauwe ogen.